≡ Menu

Wat is het verschil tussen AOW en pensioen

Wie de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar bereikt (of iets minder dan dat, afhankelijk van de leeftijd) hoeft niet langer te werken en heeft recht op pensioen. En op AOW. Twee verschillende uitkeringen die vaak lukraak door elkaar genoemd worden. “Gratis geld!” denken een hoop mensen dan, maar niets is minder waar. Maar wat is het verschil tussen AOW en pensioen en waar komt dat geld vandaan?

De Algemene Ouderdomswet (AOW)

De term zegt het al; de AOW is een wet die voorziet in een oudedagvoorziening, in dit geval in de vorm van een uitkering in geld. Dit is een zogenaamd ouderdomspensioen dat geldt voor alle Nederlanders, aangezien de wet de term “algemeen” in zijn titel heeft*.

De hoogte van de AOW is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon; deze uitkering is daarmee voor alle Nederlanders even hoog. Deze uitkering is dus een minimaal (basis-) bedrag per maand waar ouderdom gepensioneerden (!) mee rond zouden moeten komen.

Het geld waarvan de AOW betaald wordt door de overheid draagt men gedurende het ‘werkende leven’ af; iedere maand wordt loonheffing ingehouden op het brutoloon en een deel daarvan wordt gebruikt voor de betaling van de AOW. Het is dus geenszins gratis geld; je spaart ervoor zodra je werkt!

*Het is een eenvoudig ezelsbruggetje: elke Nederlandse wet die begint met de term algemeen (ofwel waarvan de afkorting begint met een A) is een wet die van toepassing is op alle Nederlanders en waar dus iedereen gebruik van kan maken.

Het pensioen

Pensioen is hot: regelmatig verschijnen er nieuwsitems over pensioenen in het algemeen, de fondsen die ze beheren en noem maar op. Meer dan eens moet gekort worden op uitkeringen en het lijkt er meer en meer op dat het huidige stelsel aan een grondige herziening toe is. Maar hoe werkt het nou en hoe kan het dat de ene gepensioneerde meer geld ontvangt dan de ander? Simpel: pensioenen zijn inkomensafhankelijk.

In tegenstelling tot de garantie van de AOW -een vaste uitkering- is het pensioen een vorm van loon; het pensioen is een inkomensverzekering waarvoor je gedurende je werkende leven premie betaalt  en waar aanspraak op gemaakt kan worden in drie verschillende gevallen:

  1. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (ouderdomspensioen);
  2. Door de nabestaanden bij overlijden (nabestaandenpensioen) en;
  3. Bij arbeidsongeschiktheid (arbeidsongeschiktheidspensioen).

De betaling van de pensioenpremie kan op velerlei manieren plaatsvinden. Meestal draag je als werknemer iedere maand verplicht een bedrag af aan een pensioenfonds waar je werkgever bij is aangesloten (vaak afhankelijk van de bedrijfstak). De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van je bruto salaris. Zodra één van de drie bovenstaande situaties van toepassing is –meestal de eerste- treedt het verzekeringsmechanisme in werking en gaat het pensioenfonds over tot uitbetaling van een maandelijks bedrag.

Omdat de hoogte van je afdracht aan je pensioenfonds afhankelijk is van je loon geldt dit ook voor de hoogte van de uitkering die je weer ontvangt. Immers: hoe meer je inlegt, des te meer je uiteindelijk ook hoort te krijgen. De betaling van dit pensioen is bij ouderdom dus een aanvulling op de AOW en hierdoor heb je dus ook bij ouderen verschillen zitten in de hoogte van het inkomen. Deze betaling wordt daarom ook vaak een aanvullend pensioen genoemd.

Overigens is de AOW niet altijd van toepassing bij een nabestaandenpensioen en een arbeidsongeschiktheidspensioen; in deze gevallen is ook andere wet- en regelgeving van toepassing.

De samenvatting: het maandelijks inkomen

Het maandelijks inkomen na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bestaat dus uit de som van de AOW en het zelf opgebouwde, aanvullende pensioen. Verder is het zo dat Nederlanders goed zijn in sparen en daarmee zijn er nog tal van andere mogelijkheden die nóg een aanvullende uitkering mogelijk maken, zoals lijfrente. Deze aanvulling komt echter altijd voort uit eigen middelen, je moet dit op eigen initiatief regelen.

In het algemeen kun je dus het volgende sommetje maken:

AOW-uitkering (van de overheid)
 + Aanvullend pensioen (van het pensioenfonds)
 + Eigen middelen (lijfrente, aandelen, enz)
= Maandelijks inkomen bij ouderdomspensioen

Houd er tot slot rekening mee dat de informatie in dit artikel op geen enkele manier uitputtend is; de wet- en regelgeving omtrent de AOW en het pensioen is zeer uitgebreid en regelmatig aan verandering onderhevig. Ieder persoon is uniek en dat geldt ook voor ieder pensioen. De basis is echter voor alle mensen gelijk.