≡ Menu

Wat is het verschil tussen de borstcrawl en vrije slag

Bij zwemwedstrijden worden competities op een groot aantal verschillende disciplines gehouden. Bij de Olympische Spelen bijvoorbeeld worden bij zowel de mannen als vrouwen maar liefst 16 onderdelen afgewerkt, die naast de finale ook allemaal nog uit series en halve finales bestaan. Best een druk gebeuren dus!

Bij zwemwedstrijden wordt gezwommen in vier verschillende officiële zwemslagen: borstcrawl, schoolslag, rugcrawl en vlinderslag. Er zijn tientallen andere slagen (Hongaarse slag, iemand?) maar alleen deze vier officiële slagen komen in de diverse disciplines terug. In zwemverenigingen wordt verder ook nauwelijks op andere slagen dan deze vier getraind. Let wel: de gewone rugslag die je vroeger met schoolzwemmen leerde zit hier ook niet bij! Maar hoe zit het met die vrije slag?

Vrije slag

Bij zwemmen is het onderdeel vrije slag een beetje te vergelijken met de vrije oefening bij turnen: doe maar wat! Bedenk zelf iets leuks en hopelijk werkt het dan in je voordeel zodra je aan een wedstrijd meedoet! Bij zwemmen mag je op vrije slag nummers dus zelf bedenken hoe je naar de overkant komt, zolang je maar door het water gaat en je verder aan de wedstrijdregels houdt.

In bijna alle gevallen kiezen zwemmers in dit geval voor de borstcrawl; van alle zwemslagen is dit de snelste en dus heb je hiermee de meeste kans om te winnen. Er is dus feitelijk geen verschil tussen vrije slag en borstcrawl buiten het feit dat je op een vrije slag nummer ook een andere slag mag uitvoeren. Maar of je dan wint…

Omdat er bij vrije slag-wedstrijden vrijwel altijd voor borstcrawl gekozen wordt bestaan er dus in principe geen aparte zwemnummers meer voor alleen de borstcrawl; je zou anders twee keer dezelfde wedstrijden krijgen. Beetje voorspelbaar natuurlijk en bovendien zinloos aangezien er al zoveel onderdelen zijn!

Omdat borstcrawl de snelste slag is bij zwemmen zie je deze ook vaak terug in andere disciplines en watersporten; denk bijvoorbeeld aan open water zwemmen en waterpolo.

Snelheid en techniek; hoe werkt borstcrawl?

Snelheid is vanzelfsprekend hartstikke belangrijk in het water; de snelste slag na borstcrawl is de vlinderslag, gevolgd door rugcrawl en tot slot schoolslag. Techniek is bij zwemmen de sleutel tot meer snelheid. Eén van de belangrijkste misvattingen is dat meer (en wilder) bewegen leidt tot meer snelheid, maar het tegendeel is waar!

Borstcrawl is niet iets wat je even in een middagje leert. Hoewel het er vanaf de kant redelijk eenvoudig uit ziet is het een zeer complexe zwemslag waarbij met een groot aantal zaken rekening moet worden gehouden. Hoewel zo’n 85 procent van de snelheid bij borstcrawl bepaald wordt door de armen is het essentieel dat zaken als ligging, ademhaling en de positie van de benen eveneens goed gecoördineerd zijn. Het is voor een boel mensen al lastig genoeg om zowel armen als benen afzonderlijk van elkaar te bewegen, laat staan dat je dus ook nog met al die andere zaken rekening moet gaan houden.
De borstcrawl bestaat ruwweg uit zes elementen:

  1. Ligging: de positie van het hele lichaam ten opzichte van het water;
  2. Beenslag: een vlakke beweging vanuit de heupen (dus niet ‘fietsen’);
  3. Armslag deel 1, de insteek- en trekfase: hoe en waar gaat je hand het water in en hoe beweeg je het eerste deel van de slag, tot je hand halverwege je lichaam is;
  4. Armslag deel 2, de duw-fase: na de trekfase stuw je het lichaam hard naar voren door je hand naar achteren richting je heup te duwen;
  5. Ademhaling: rustig adem halen door opzij te kijken (dus niet uit het water komen);
  6. Overhaal: je ‘pauzemoment’ waarop je elleboog en hand uit het water komen en weer naar voren gehaald worden.

Kort samengevat is het zo dat een optimale slag bij borstcrawl als volgt wordt uitgevoerd:

Het lichaam ligt op het water (1), waarbij de benen gestrekt zijn en een kleine vanuit de heup gestarte ‘schop-beweging’ maken (2), de amen gestrekt zijn en de handen recht voor de schouders in het water worden gestoken (3), waarna de schouder kort onder het wateroppervlak blijft en de onderarm en hand scharnieren en zo water pakken (wederom 3). Wanneer de vingers van de hand recht naar beneden wijzen duw je je hand langs je lichaam naar achteren richting je heup (4), waarbij je je hoofd kunt roteren om adem te halen (5). Wanneer je hand niet verder naar achteren kan haal je eerst je elleboog uit het water, gevolgd door je hand (6) om daarna rustig je hand weer voor je schouder in het water te leggen en de slag te herhalen.

Oude en nieuwe school

Let goed op: op internet zijn talloze plaatjes te vinden die deze tekst kunnen visualiseren. Let er echter op dat een hoop illustraties voor de armbeweging nog steeds een soort ‘S’ laten zien. Dit is de zogenoemde ‘oude stijl’ – sinds enkele jaren is gebleken dat borstcrawl sneller gaat wanneer je hand recht langs je lichaam beweegt in plaats van in een ‘slinger’ langs en onder je lichaam door.

borstcrawl

Naast bovenstaande uitleg zijn er enorm veel do’s & don’ts met betrekking tot de borstcrawl. Met name voor die laatste kan de lijst oneindig lang gemaakt worden maar laat je niet afschrikken: met de juiste training is borstcrawl prima te leren en kan je in korte tijd behoorlijk wat snelheid maken. Zwemmen doe je grotendeels met je hoofd en dat maakt het voor iedereen een heel tastbare sport.

Op allerlei niveaus bestaan uitgebreide lesplannen, er zijn boeken over vol geschreven en er zijn complete meerdaagse cursussen om je slag te beoefenen en verder te perfectioneren. Zelfs bij olympische zwemmers zijn nog steeds verbeterpunten te benoemen en dat maakt zwemmen nu juist zo interessant: je bent nooit helemaal klaar!

Door de jaren heen is met name de borstcrawl verder geëvolueerd tot een steeds efficiëntere en snellere slag. Het lijkt er voorlopig dus op dat je bij vrije slag wedstrijden weinig keus hebt. Tenzij je een briljante inval hebt en een nieuwe slag bedenkt waarbij je iedereen naar huis zwemt!