≡ Menu

Wat is het verschil tussen een deadlift en squat

De deadlift en squat zijn twee populaire oefeningen als het om krachttraining gaat, beide oefeningen vormen zelfs samen met de benchpress (bankdrukken) de onderdelen die uitgevoerd moeten worden bij krachtsport powerlifting.

Deadlift

Het woord dead in deadlift refereert niet naar de moeilijkheidsgraad van de oefening maar het is gebaseerd op de startpositie. Bij de startpositie van de deadlift ligt er namelijk een gewicht op de grond die je vanuit daar omhoog moet tillen. De dead verwijst naar het doods van het gewicht. De deadlift is het makkelijkst uit te voeren met een halter (barbell) maar kan ook met een kettlebell en in de sportschool zijn er speciale fitnessapparaten je kan gebruiken voor het uitvoeren van een deadlift. De voorkeur heeft in ieder geval de halter.

Bij de deadlift met een halter ga je voor de stang staan en pak je deze op ongeveer schouderbreedte beet, dit kan je doen met de knokkels die naar voren wijzen, dit voelt als de meest natuurlijk manier om de halter op te pakken. Deze methode kost echter ook meer kracht omdat je vanuit je onderarmen probeert te voorkomen dat de halter uit je handen op je schenen en tenen rolt. Om je meer op de deadlift te kunnen concentreren zou je er voor kunnen kiezen om één hand om te draaien. Je hebt dan één hand op de halterstang waarvan de knokkels naar voren wijzen, de knokkels van de andere hand wijzen naar achteren, naar je lichaam.

Deadlift

Deadlift

Je pakt de stang dus op schouderbreedte beet en zorgt ervoor dat je armen in ieder geval direct aan de buitenzijde van je benen zijn wanneer je met een kniebuiging naar beneden gaat om de oefening uit te voeren. Dit naar beneden gaan doe je met een holle rug, om dit te forceren kijk je met je hoofd recht vooruit. Zorg ervoor dat de halterstang dicht bij je schenen is, het is de bedoeling dat je met je schouders over de halter heen komt. Vanuit deze positie til je de halter met gestrekte armen langs je lichaam omhoog tot het punt dat je rechtop staat, de halter hangt op dat moment dus op de hoogte dat je armen lang zijn. Dit rechtop staan hou je zo’n 2 seconden vol waarna je de halter via dezelfde weg weer naar beneden laat zakken richting de grond.

Ook bij het naar beneden zakken naar de grond is de houding belangrijk, met een holle rug naar voren kijkend met licht gebogen knieën. Je blijft de halter vasthouden om vervolgens de oefening te herhalen.

Bij de deadlift train je voornamelijk je onderrug, bovenbenen (dijen en hamstrings), billen en buikspieren. Een goede houding is extreem belangrijk, de meest voorkomende blessure bij de deadlift zal een pijnlijke onderrug zijn. Daarom altijd met een holle rug en gebogen knieën de deadlift uitvoeren en zorg ervoor dat de halter niet te ver voor je ligt. Een deadlift uitvoeren als de halter te ver voor je ligt dwingt je lichaam te tillen met een bolle rug, en dat is funest voor je onderrug.

Squat

Bij een squat leg je een halter met gewichten in je nek terwijl je deze net voorbij de schouderbreedte aan weerszijden vasthoudt, met knokkels naar achteren gericht. De startpositie is dat je rechtop staat, van hieruit zak je rechtlijnig naar beneden met een lichte holle rug met je kont naar achteren. Je zakt zover totdat je bovenbenen minimaal parallel aan de grond zijn, bij voorkeur zak je nog ietsje dieper. Om van daaruit weer omhoog te komen, via dezelfde weg.

squat

Squat

Bij een squat zal je merken dat je geneigd bent om met je bovenlichaam naar voren te gaan als je naar beneden gaat. Het is belangrijk om in een rechte lijn naar beneden te gaan, om dit goed te oefenen kan je de squats uitvoeren terwijl je voor een muur staat, hierdoor word je gedwongen om recht naar beneden te gaan en weer omhoog te komen.

Meer gebukt de squat uitvoeren zal voelen als smokkelen maar is uiteindelijk erg slecht voor je lichaam en werkt blessures in de hand. Veel voorkomende blessures naar aanleiding van het doen van squats zijn pijn in de knieën en het onderste gedeelte van de wervelkolom (lumbale wervelkolom).

Bij squats train je voornamelijk je bovenbenen en buikspieren.