≡ Menu

Wat is het verschil tussen hen en hun

Er zijn maar weinig mensen die het woord hen ook echt als hèn uitspreken, vaak klinkt het veel meer als hun, en dit is misschien ook de reden dat het in de Nederlandse schrijftaal steeds minder opvalt wanneer er ‘hun’ geschreven wordt terwijl er ‘hen’ bedoeld wordt. Er gaan daarom ook steeds meer geluiden op om geen onderscheid meer te maken tussen hen en hun, maar zover is het nog niet. Wanneer gebruik je hen en wanneer hun.

Hen

De makkelijkste te onthouden regel voor het gebruik van het woord hen is helemaal niet zo ingewikkeld. Hen wordt namelijk altijd geschreven na een voorzetsel. Dus ‘De acteur kwam naast hen te zitten’, ‘Wil je voor hen alvast koffie inschenken?’, ‘One Direction? Mijn dochter is helemaal verliefd op hen!’.

Taaltechnisch gebruik je hen als het gaat om het lijdend voorwerp of oorzakelijk voorwerp. Dus ‘Ik zag hen gisteren nog lopen in het bos’. Als je wel eens het woord hullie gebruikt dan heb je direct een goed ezelsbruggetje voor wanneer je hen moet gebruiken. Waar je hullie zegt zou je officieel hen moeten schrijven, mits er geen zij kan staan. In de praktijk zal je zien dat wanneer je een groep mensen wil benoemen dat je met behulp van hen deze groep kan benoemen.

Hun

Hun wordt gebruikt als meewerkend voorwerp wanneer er geen voorzetsel in de zin staat (anders is het hen), ook al zou je er een voorzetsel bij kunnen bedenken. Dus ‘Ik geen hun wat te drinken’, ‘Die vakantie is hun veel te duur’, ‘Het zweet stond hun op de rug’. Bij deze drie voorbeelden zou je voor het woord hun een voorzetsel kunnen zetten (respectievelijk: aan, voor, bij) waardoor de hun in een hen zou veranderen. Dus ‘Ik geef aan hen wat te drinken’, ‘Die vakantie is voor hen veel te duur’ en ‘Het zweet stond bij hen op de rug’.

Hen gebruiken na een voorzetsel is altijd correct, maar voor de rest blijft het onderscheid tussen hen en hun vaak verwarrend. Voorkom in ieder geval de grote fout van hun schrijven waar eigenlijk zij moet staan. Dus het is niet ‘Hun hebben een zwembad in de tuin’ maar ‘Zij hebben een zwembad in de tuin’. Bij het maken van deze taalfout kan je je niet verschuilen achter verwarrende taalregels.