≡ Menu

Wat is het verschil tussen hogedrukgebieden en lagedrukgebieden

Wanneer je het weerbericht kijkt hoor je regelmatig het woord ‘drukgebieden’ voorbij komen. We hebben er in Nederland veel mee te maken en het heeft veel invloed op het weer. De ‘druk’ in deze gebieden gaan over de luchtdruk.

Lucht kan je niet zien, maar kan je wel voelen als het waait. Om het wat makkelijker te maken moet je je voorstellen dat lucht uit allemaal deeltjes bestaat en hoe meer luchtdeeltjes er in een gebied zijn hoe hoger de druk is, hoe minder bolletjes er in een gebied zijn hoe lager de druk is.

De lucht is altijd in beweging als een soort motor en heeft ook altijd de neiging om in balans te willen zijn. Wanneer er sprake is van veel opstijgende lucht door bijvoorbeeld verwarming van de zon, gaan er veel luchtdeeltjes omhoog. Er verdwijnen in een gebied dan veel luchtdeeltjes, de lucht moet weer worden aangevuld en zo ontstaat wind. Over de hele aarde zijn deze luchtcirculaties te vinden.

Hoge- en lagedrukgebieden brengen bepaalde weertypes met zich mee. Wanneer er een hogedrukgebied is betekent dat dat er veel luchtdeeltjes drukken op de aarde, er is dan sprake van dalende lucht. Het is dan onbewolkt wat in de zomer warmte en in de winter kou veroorzaakt. Het is er vaak mooi weer met een zwakke wind.

In lagedrukgebieden daarentegen is er sprake van veel opstijgende lucht, er zijn weinig luchtdeeltjes die druk uitoefenen op de aarde. Die opstijgende lucht veroorzaakt wolken en uit die wolken kan regen ontstaan. Meestal waait het ook hard in lagedrukgebieden omdat de tekort aan luchtdeeltjes weer aangevuld wordt.